Ik ben een kind van de neoliberale meritocratie

Paul Verhaeghe, hoogleraar psychologie (UGent) legt de vinger op een aantal wonden van onze tijd in boeken, essays en lezingen. De waan van alsmaar meer geld, alsmaar meer succes maakt ons ziek. 

Alsmaar meer stemmen klinken dat we toe zijn aan een nieuw economisch systeem.

Heb ik u al verteld dat ik, als middelbare scholier, dol was op Grieks? Plato, Socrates, de dialectiek,  These-Antithese-Synthese (die op haar beurt weer een These is).

Elk nieuw systeem corrigeert een aantal fouten van het vorige systeem.

Elke generatie leert van de voorgaande. Ik heb geleerd van de fouten van mijn ouders. Onze kinderen leren van onze fouten. 

Zo kwam de “meritocratie” in de plaats van “ons kent ons”.  Voortaan zouden mensen worden beloond voor hun prestaties en niet meer omdat ze lid zijn van een bepaalde partij, of zoon van de baas.   Op zich een goede zaak.  Het sluit aan op ons rechtvaardigheidsgevoel.  Ik werkte met honderden bedrijven gedurende mijn carriere in de uitzendsector, en heb duizenden evaluatieformulieren, scorebladen en meetsystemen in mijn handen gehad.  Fair is fair.  Je krijgt een bonus als je de doelstelling “overklast”. Haal je gedurende een vooraf afgesproken termijn de doelstelling niet, dan nemen we afscheid van jou.

Het vergelijken van mensen op basis van KPI’s (key performance indicators, doelen in cijfers gegoten zeg maar)  kan resulteren in een karikatuur die de neoliberale maatschappij volgens Paul Verhaege is geworden.  “Een stijging van de sociale ongelijkheid, stijging van inname van antidepressiva, mentale stoornissen, tienerzwangerschappen” (in een interview met De Morgen, 17 maart)… enfin doffe ellende zeg maar.  Verhaege gaat hier en daar serieus kort door de bocht (wellicht om zijn boodschap duidelijk te laten overkomen), over de grote lijnen kan ik het wel enigszins met hem eens zijn.    

Elk nieuw systeem corrigeert de fouten van het voorgaande.

Ik zelf ben een kind van de neoliberale meritocratie.  Beide grootouders hadden een eigen zaak (een pelsenwinkel en een meubelwinkel) en gaven me al heel vroeg mee dat jezelf voor 100% inzetten bijzonder OK is.  Mijn ouders hebben op hun beurt al heel vroeg duidelijk gemaakt dat ik het op mijn eentje zou moeten zien te redden.

En dat is wat ik deed.

Mezelf doelen gesteld.  Me ingezet voor doelen van anderen. En geknokt.  Vaak gevallen. Keihard gewerkt.  Altijd gulzig geleerd.  Bijzonder weinig hulp gekregen (financieel al helemaal niet).  En ja, ik ben in die mate een kind van de hedendaagse neoliberale meritocratie dat ook ik jarenlang antidepressiva heb genomen. Gestreden zeg maar.

Doorheen al dat knokken en wroeten werd ik wel slimmer, wijzer.

Leerde ik te vertrouwen op mezelf, en heel wat later, ook te vertrouwen op anderen, en op het leven.

Dus, al bij al, ben ik tevreden dat ik, als kind van een bikkelharde meritocratie, zelf mijn weg heb moeten maken.  

Had het echter wat zachter verlopen, ik had ook blij geweest….

En dàt is misschien iets wat de volgende generatie zal bijbrengen.  Het herontdekken van waarden zoals solidariteit, verbinding, vertrouwen, de zorg voor gehandicapten (schandalige wachtlijsten en loze beloften, zie Terzake), de opwaardering van beroepen als verpleger, onderwijzer, het appreciëren van het introverte, het serene, het geduld, het rustige, … zonder te hoeven afstand doen van individuele vrijheid, ondernemerschap, het extraverte en het snelle, het genieten van het behalen van een persoonlijk doel…   We hoeven het kind niet met het badwater weg te doen.  

These-Antithese-Synthese-These-Antithese-Synthese-…

In onze genen zit gewoon de drang naar doelen en verbetering ingebakken.  En tegelijkertijd worden we, iedereen hier op aarde,  uitgedaagd om gewoon, in het hier en het nu – tevreden te zijn –  en te zorgen voor elkaar.  Om telkens meer en meer op weg te gaan, zowel individueel als met zijn allen naar …..

 BALANS